Help, mijn cursist weet meer dan ik!

Laatst gaf ik Jola, beginnend NT2-docent, advies voor haar nieuwe taaltrainingen. Bij een technisch bedrijf zou ze drie groepen Duitsers les gaan geven. Eerst bespraken we de doelgroep, het niveau van de cursisten en het doel van de cursussen. Waar Jola het meest tegen opzag, was het onderwerp van de lessen: de deelnemers – van productiemedewerkers tot managers – moesten de taal leren om zich op de werkvloer in het Nederlands te kunnen redden. Ze had stapels papieren meegekregen om een indruk te krijgen van wat de cursisten allemaal moesten kunnen begrijpen. Het probleem: ze begreep er zelf niets van!

Dat is nu precies wat ik zo leuk vind aan mijn vak: als docent weet je natuurlijk meer over de taal dan je cursisten. Maar zij zijn expert op hun vakgebied, en dat betekent dat ze er heel enthousiast over kunnen vertellen. En daar kunnen wij, docenten, weer iets van leren.

Denk je dat ik – als vegetariër nota bene – van alles wist over de Keuringsdienst van Vee en Vlees? Of dat ik – niet bijzonder promilitair – op de hoogte was van alle legervoertuigen, squadrons en militaire operaties? Van leaseauto’s heb ik – nog altijd rijbewijsloos – weinig kaas gegeten en ook financiën is niet mijn vak. Duurzame processen in de zuivelindustrie, hypotheken en het leven van een consul-generaal, ook dat zijn allemaal onderwerpen die je voor je kiezen kunt krijgen als je een buitenlander de taal leert. Hartstikke leuk, toch?!

Nou nee, niet als je denkt dat je alles moet weten over het werk van de cursist voordat de training begint. Ik begrijp goed dat de schrik je dan om het hart slaat. Vandaar mijn tip: laat je cursisten jou vertellen hoe het zit! Natuurlijk help je ze daarbij, bijvoorbeeld door relevante woorden aan te bieden om te gebruiken in hun uitleg.

Activiteiten op het werk

Je kunt daarvoor een woordspin gebruiken. Inventariseer eerst welke woorden ze al kennen, en vul de ‘spin’ daarna zelf aan.

Tot slot geef ik je nog een tip cadeau: koppel er een grammaticaal onderwerp aan, zoals het oefenen van modale werkwoorden:

Wat moet je elke dag doen? Wat hoef je niet te doen? Wat mag je niet doen van jouw baas? Wat kun je zelf doen? Wat wil je graag doen?

Na dit advies was Jola behoorlijk opgelucht. Wat fijn dat ze niet alles hoefde te snappen!

    23 september 2013 door Emily
    Categorie: Blog, NT2, Taaltips, Tips | Tags: , , , , , , , , , | 2 berichten

    Berichten (2)

    1. Herkenbaar! (ook vegetariër en geen rijbewijs 🙂 )
      Laatst een cursist in de zorg die echt woorden en afkortingen kende waar ik nog nooit van gehoord had!

    Schrijf een bericht

    Verplichte velden zijn gemarkeerd *