Hoe spreek jij ‘normaliter’ uit? (En waarom klemtoon ertoe doet)

‘Dat ziet er lekker uit!’
Ze zet een diep bord met mie en groenten op tafel.
‘Is dat kroepoek?’ Ik wijs naar het blauwe kommetje op het dienblad. ‘Ik ben vegetariër.’
Ze trekt een wenkbrauw op.
‘Daar zit garnaal in.’
‘Ja?’
‘En dat is vis.’
‘O. Ja, natuurlijk.’ Ze pakt gauw het kommetje. ‘Daar had ik niet bij stilgestaan.’

Sommige dingen heb je pas door als iemand je erop wijst.

Zo was het ook bij Mo.

‘Vandaag ga ik het hebben over het vuurwerkverbod in Nederland.’

Een prima begin van zijn presentatie. Fantastisch dat hij het nieuwe zinnetje ‘Ik ga het hebben over …’ correct gebruikt.

Maar jammer van de klemtoon.

Want de zin klonk zo: ‘Vandaag ga ik het hebben over het vuurwerkverbod in Nederland.’

‘Is dat nou zo’n probleem?’

Als luisteraar moet je even schakelen: ‘Hè, wat? O, het vuurwerkverbod in Nederland.’ En voor je het weet, mis je de inhoud.

En voor Mo is het jammer, want die wil écht Nederlands klinken, op niveau B2. Sowieso verstaan mensen je beter met de juiste klemtoon. Mijn tip is dan ook altijd: leer bij nieuwe woorden de klemtoon er meteen bij.

‘Want er zijn geen regels?’

Gelukkig wel. Als docent kun je die dus mooi behandelen in de les. (Wist je dat ze ook in de nieuwe versie van Nederlands naar perfectie staan?) Hier komen er een paar:

  1. De klemtoon ligt op een syllabe (lettergreep) van het eerste woord van een samenstelling.
    Dus: vuurwerkverbod (vuurwerk + verbod -> de klemtoon ligt ergens in het eerste woord, niet op het tweede).
  2. De klemtoon ligt op het prefix van separabele (scheidbare) werkwoorden.
    ‘Het afsteken van vuurwerk is een diepgewortelde traditie.’
    Dus: afsteken, de klemtoon ligt op het prefix af.
  3. De klemtoon ligt nooit op achtervoegsel als –heid, –lijk of –loos.
    Dus: verantwoordelijkheid, aanwezigheid.

Maar inderdaad, soms kun je het niet weten en moet je de juiste klemtoon gewoon leren.

Bij Nederlanders gaat de klemtoon normaliter vanzelf goed; ze horen de woorden al van jongs af aan. Behalve dan bij het woord ‘normaliter’, want dat spreekt bijna iedereen verkeerd uit.

‘Hoe zeg jij het dan?’

Zoals het hoort: normaliter. Maar ja, als iedereen om je heen het anders zegt, dan pik je dat op. Toen ik laatst een cursist corrigeerde, zei hij: Ja, maar ik wil praten zoals de Nederlanders, dus ik blijf toch maar normaliter zeggen. Tja.

Maar toch, je kunt jezelf pas corrigeren als je weet dat er iets niet klopt én als je weet hoe het dan wel moet. Daarom is feedback zo belangrijk.

Mo zag dat ook.

En hij gaf me het mooiste compliment dat je als docent kunt krijgen:

‘Bedankt voor alle feedback. Ik had weleens iets gehoord over klemtoon, maar ik heb nu pas door hoe belangrijk het is.’

Sommige dingen heb je pas door als iemand je erop wijst.

Nu hij weet hoe belangrijk het is, kan – en gáát! – hij ermee aan de slag.

Na een tip sluit ik altijd graag af met een top. Dus ik had Mo kunnen zeggen hoe goed het is dat hij dat nu inziet. Maar ik had nog een welverdiend compliment: Geweldig hoe hij zijn presentatie doorspekte met zinnen als: ‘De meeste mensen zullen het niet zeggen, maar het is toch: ikke ikke en de rest kan stikken.’ Mét de juiste klemtoon. En dan die lach erbij – hij vond het zelf ook leuk.

PS. Het ís ook lastig, die klemtoon. Mijn zoons legden soms de klemtoon verkeerd, bijvoorbeeld als ze een nieuw woord in de Donald Duck hadden gelezen: sheriff (in plaats van sheriff), vrijgezel (moet zijn: vrijgezel) of miljardair (in plaats van miljardair).

Met welke woorden ga jij de mist in? Of jouw cursisten? Deel ze gerust hieronder.

Meer lezen over uitspraak: Hé Gans, hoe was je weekend?

12 reacties

  1. Fa-MI-lie blijft toch ook lastig, zeker voor Engelssprekende cursisten. Dan wordt het gauw FA-milie, waardoor het op het Engels gaat lijken. Of vrienden / vriendin blijft ook lastig. Leuk weer om te lezen!

  2. Herkenbaar en inderdaad heel belangrijk! (Alleen wordt de klemtoon vaak verkeerd gelegd op ‘li’ in normaliter (en niet op ’ter’) 🙃

  3. Kan me er nog een van Duits op de middelbare school herinneren: Umgebung. Ik las: “OEM-ge-boeng”. Begreep het gelach niet. Bleek natuurlijk “oem-GE-boeng” te moeten zijn.

    • Een beetje aanpalend: de zinsklemtoon. Wat ik vaak verkeerd hoor gaan, is bij het (verwijs)woord ‘er’. Dat krijgt in een zin nooit de klemtoon. En bij er+prepositie krijgt de prepositie bijna nooit de klemtoon.

      • Dat is zeker ook een heel belangrijk onderwerp, Lodewijk! Ik merk ook vaak dat cursisten in een bijzin het laatste woord vaak benadrukken: Als het niet nodig IS, dan …

  4. Nederlanders kunnen er anders zelf ook wat van. In mijn dorp is een gezondheidscentrum met de naam Campanula (genoemd naar het plantje dat eruitziet als een klokje). Als ik zeg dat ik naar de dokter in CamPAnula ga, begrijpt niemand me. CampaNUla begrijpt men echter wel. Maar een geraNIum blijkt dan weer gewoon een geRAnium te zijn.

    • Je moet het maar weten! Grappig dat je het soms beter verkeerd kunt doen om begrepen te worden. Hopelijk hoef je niet vaak naar de dokter:-)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *