Peter kijkt me aan alsof ik zeg dat koud douchen helpt om de Nederlandse klanken beter uit te spreken.
Ik heb hem net verteld dat we de -d aan het eind van een woord* uitspreken als een -t.
‘We zeggen dus niet hond, maar hont. Wist je dat?’ (Het ging over dit hondje.*)
‘Eh … nee. Dat is nieuw voor mij.’
‘Dat geldt voor alle woorden die eindigen op een -d. Kijk maar eens naar hoofdstuk 72. Daar staat: De -d aan het eind van een woord klinkt als een -t. Altijd!’
Hij slaat het boek open op pagina 178 en begint te lezen. Zijn ogen rollen nog net niet uit hun kassen. ‘Dit is wel echt een mijlpaal voor mij!’
‘Je bent niet de enige, anders had ik er geen hoofdstuk aan gewijd. Wil je de zinnen van opdracht 2 eens lezen?’
‘1 Heb je een goed weekend gehad?
2 Het is erg koud voor de tijd van het jaar, vind je niet?’
‘Dat klinkt goed, zeg!’
‘Heeft iemand deze zinnen gecheckt?’
‘Je kan het niet geloven, hè?’
‘Nee. Natuurlijk geloof ik je wel, maar …’ Hij staat op. ‘Ik denk dat dit een goed moment is om even de benen te strekken. Ik moet dit even verwerken.’
‘Sorry dat ik zo moet lachen, Peter. Ik lach je niet uit hoor!’
‘Ik begrijp het. Als ik jou was, zou ik ook moeten lachen.’ Hij past de ‘zou-constructie’ die we eerder deze les hebben geleerd meteen goed toe. Die vindt hij een stuk beter te behappen.
Als huiswerk luistert hij naar de zinnen en zegt ze na. Ik stel voor dat hij ook even bij zijn vrouw checkt hoe zij de zinnen uitspreekt. Misschien dat hij me dan écht gelooft.
Een week later herhalen we de zinnen. ‘Je had trouwens gelijk. Mijn vrouw spreekt het ook zo uit, zoals je zei.’
Tip
Als je de -d uitspreekt als een -t, klink je Nederlandser. Zeg dus Nederlant, Nederlants, gevoetbalt, verwarrent, vint … Bovendien is het dan veel makkelijker om woorden met elkaar te verbinden. En daardoor klink je nóg Nederlandser. Bijvoorbeeld:
- Hij vindt Utrecht de leukste stad van Nederland. -> Hij vintutrecht de leukste stat van Nederlant.
- Ik werd om zeven uur wakker. -> Ik wertom zeven uur wakker.
- Wat deed je toen je had ontbeten? -> Wat deetje toen je hatontbeten?
- Ga je deze tips toepassen? Goed idee! -> Goetidee!
Je kunt deze zinnen ook beluisteren.
En trouwens …
Ook met de -b aan het eind van een woord of syllabe (lettergreep) is iets bijzonders aan de hand. Die letter spreek je dan namelijk uit als een -p: heb klinkt als hep, Rob als rop en club spreken we uit als clup.
Ik ben benieuwd wat je van deze blog vindt!
—
Meer lezen over uitspraak:
Hoe spreek jij ‘normaliter’ uit? (En waarom klemtoon ertoe doet)
Hé Gans, hoe was je weekend?
Wromnie? Een blog over klankreductie
— Of eigenlijk
Eigenlijk geldt dat niet alleen voor de -d aan het eind van een woord, maar ook voor een -d aan het eind van een syllabe (lettergreep), zoals in boodschappen. Ook hier klinkt de -d als een -t: bootschappen.
Hondje

Het ging om het hondje uit de strip van Spreken met beeld. Spraakmakende plaatjes voor anderstaligen. Hanna Maas zorgde voor de illustraties.

Leuk, Emily!
Super belangrijk inderdaad. Nog een kleine aanvulling: ook -dt aan het eind klinkt als t. Ik heb heel wat cursisten ‘hij vindet en hij wordet’ horen zeggen. Maar het is dus ‘Hij vint’ (hij vindt) en ‘Hij wort’. (Hij wordt)
Goed idee Marieke om dat nog even toe te voegen! Ik heb de eerste zin aangepast (ook de audio); er staat nu ‘hij vindt’ in plaats van ‘ik vind’.